Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Data Services om cookies te gebruiken. verder gaan Created with Sketch.

16 mei 2019

Door Valérie Deridder

Transformation Thursday: de Eniac six

Computerprogrammatie nam pas echt toe na de Tweede Wereldoorlog. Ook deze revolutie werd aangestuurd door vrouwen. Maak kennis met de ENIAC Six.

In België is slechts 15 procent van alle IT-professionals een vrouw, en in de VS zijn slechts 17 procent van alle IT-studenten vrouw. Is IT dan een “mannenzaak”? Twijfelachtig. De eerste  computerprogrammeur droeg de naam Ada Lovelace, een 19e eeuwse adellijke dame, en de uitvindster van de wifi-technologie is Hedy Lamar, een gevierde Silver Screen actress uit Old Hollywood.

De ENIAC

De ENIAC (Electronic Numerical Integrator and Computer) kan je best omschrijven als de eerste supercomputer. Deze logge computer vol foutmeldingen was de voorloper van conventionele computers die pas vijftig jaar later op de markt kwamen in de jaren negentig.

Toen ENIAC tijdens de Tweede Wereldoorlog uit de doeken werd gedaan, sprak die sterk tot de verbeelding van het grote publiek. Uitvinder John Mauchly had grote aspiraties voor zijn computer en beweerde dat het zou zorgen voor een betere levenskwaliteit. Hij ging zelfs zo ver dat hij beweerde dat de computer op een dag de prijs van brood zou verlagen. Hoewel dat duidelijk niet het geval is geweest, zorgde de computer voor heel wat andere evoluties.


Toen ENIAC tijdens de Tweede Wereldoorlog uit de doeken werd gedaan, sprak die sterk tot de verbeelding van het grote publiek.

De ENIAC was geen computer zoals we die vandaag kennen. Het was in feite een collectie elektronische optelmachines, die werden gecontroleerd door een web van elektrische kabeltjes. Het hele gevaarte moest geprogrammeerd worden door schakelborden en drie draagbare functiekabels.

Zes vrouwelijke programmeurs

De programmatie van de ENIAC werd aan een team van zes vrouwen opgelegd: Jean Jennings, Marlyn Wescoff, Ruth Lichterman, Betty Snyder, Frances Bilas en Kay McNulty. De Tweede Wereldoorlog had er namelijk voor gezorgd dat de mannelijke bevolking sterk geslonken was. Daarom ook plaatste het Amerikaanse leger een vacature voor vrouwelijke programmeurs. Uiteindelijk werden er zes vrouwen uitgekozen om aan het geheime project te werken.

Na zes weken training op een legerbasis, kregen de zes vrouwen een blauwdruk voor de ENIAC-computer en de bedradingsdiagrammen voor alle panelen. Als instructie kregen ze niet veel meer dan: “zoek maar uit hoe de machine werkt, en kom dan te weten hoe je hem moet programmeren.”

De vrouwen analyseerden hoe ze verschillende differentiële berekeningen moesten maken, hoe ze de kabels moesten verbinden aan de juiste elektronische circuits, en hoe ze de duizenden schakelaars moesten instellen. De ENIAC six, de bijnaam die later werd gegeven aan de groep vrouwelijke programmeurs, zorgden voor de fysieke bedrading van de machine. Dat was een heel karwei, aangezien je verschillende schakelaars, kabeltjes en borden met elkaar moest verbinden om de doorgestuurde data op te volgen. Dat lukte hen wonderwel, en na een tijdje kregen de vrouwen het respect van de andere ENIAC-ingenieurs, en werd de uitvinder van de computer, Jon Mauchly, hun mentor.

Diversiteit

Opvallend was de hechte band tussen de vrouwen, die allemaal een andere achtergrond hadden. Wescoff en Lichtermann waren joodse dames, Snyder was Quaker, McNulty katholiek en Jennings een protestantse. Jennings zei in een interview het volgende over de diversiteit van de dames. “We hadden een fantastische tijd samen, voornamelijk omdat niemand van ons ooit in contact was gekomen met iemand van een ander geloof. We hadden ongelooflijke discussies met elkaar over religieuze waarheden en opvattingen. Ondanks onze verschillen – of misschien net dankzij – hielden we erg van elkaar.”

Beter dan de ingenieurs

De computer was echter verre van perfect, en er deden zich maar al te vaak bugs voor.

De ingenieurs konden het debuggen maar beter aan ons overlaten.

Een van de programmeurs, Jennings, tekende het volgende op in haar memoires. “Aangezien wij zowel de applicatie als de machine kenden, leerden we ook diagnoses van problemen te stellen, vaak zelfs beter dan de ingenieurs zelf. Ik zeg het je, de ingenieurs waren er gek op. Het debuggen konden ze maar beter aan ons overlaten.”

Nalatenschap

Na het einde van de oorlog, bleef het team van zes vrouwen tewerkgesteld als programmeurs bij het Amerikaanse leger. Hun expertise maakte het namelijk moeilijk om hen te vervangen met teruggekeerde soldaten. Ondanks hun verdiensten, kregen de vrouwen in de eerste decennia nooit de erkenning die hen toekwam. Pas midden jaren 80, vergaarden ze weer bekendheid toen de jonge computerprogrammeur Kathy Kleiman op een foto van de ENIAC six stootte. Kleiman begon te informeren naar de vrouwen in de foto en ontdekte de identiteit en de pioniersrol van de vrouwen. Uiteindelijk besloot ze de vrouwen te interviewen, en stichtte Kleiman het ENIAC Programmers project.