Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Data Services om cookies te gebruiken. verder gaan Created with Sketch.

11 december 2019

Door Bram Lodewijks

De technologie van de toekomst is (nog) niet vouwbaar

Op verschillende evenementen heb ik dit jaar gehoord dat foldables, zoals vouwbare smartphones en laptop, de technologie van de toekomst zijn. Maar na alles wat ik het voorbije jaar heb gezien, ben ik allesbehalve overtuigd.

Als je mij vraagt wat dé smartphonetrend van 2019 was, dan is mijn antwoord foldables, met vouwbare smartphones in het bijzonder. Aan het einde van 2018 zagen we het eerste vouwbare probeersel genaamd de Royole Flexpai en inmiddels hebben zowel Samsung als Motorola werkende vouwbare smartphones op de markt weten te brengen. Ik was aanwezig op zowel een hands-on event van de befaamde Samsung Galaxy Fold en de Motorola Razr. Meerdere keren werd mij gezegd dat foldables en vouwbare technologie meer en meer gebruikt zullen worden. Toch ben ik nog altijd niet overtuigd.

Waarom willen we vouwen?

Voor ik het ga hebben over de torenhoge prijzen van deze vouwbare wonderkinderen, wil ik het eerst hebben over het waarom van de foldables. Waarom zijn ontwikkelaars op een bepaald moment begonnen aan vouwbare schermen? Wat smartphones betreft, lijkt het antwoord relatief eenvoudig: het scherm moet groter worden, maar het geheel moet compact blijven. Bij het eerste stuk van die zin stelde ik me al meerdere vragen. Hoeveel mensen hebben de nood aan een groter scherm? Ik ben inmiddels gewoon dat er een smartphone van ongeveer 6,2 inch in mijn broekzak zit, maar in mijn omgeving merk ik vaak dat mensen niet uitkijken naar die sprong boven de 6 (of zelfs 5,5) inch. De tijd dat iedereen zijn of haar smartphone in één hand kan vasthouden ligt gewoon ver achter ons, maar daar is niet iedereen zo gelukkig mee.

Samsung Galaxy Fold: Een tablet in je broekzak

De vraag naar grotere smartphoneschermen is dan wel niet enorm, maar ik ga niet ontkennen dat de vraag er is. Vanuit dat opzicht heeft Samsung het logisch – ik zeg hier niet “slim” – aangepakt. De Samsung Galaxy Fold had een klein en smal schermpje aan de voorzijde dat je kon openvouwen tot een groter display van tabletformaat. We doen meer met onze smartphone en het is begrijpelijk dat sommige mensen willen mutitasken en meerdere apps tegelijk willen zien. Daarvoor was het uitgevouwen display ideaal. Je kon makkelijk twee apps naast elkaar openen zodat je tegelijk je agenda kon bekijken en een mail schrijven met daarin je beschikbaarheden. Samsung mikte hier duidelijk ook op de zogenaamde early adopters, mensen die dapper genoeg waren om bijna 2000 euro aan een nieuw concept te geven. De Zuid-Koreaanse smartphonemaker wist goed genoeg dat niet iedereen plots zou rondlopen met een smartphone die (meer dan) een maandloon kost.

Tijdens dat uurtje dat ik de Samsung Galaxy Fold heb mogen gebruiken, was ik deels overtuigd van het toestel. Het concept was er, maar de uitwerking – en dan heb ik het niet over de technische defecten – stond nog niet helemaal op punt. Het kleine display aan de buitenkant was heel smal waardoor het wat krampachtig aanvoelde om hierop te werken. Het opengeklapte display was dan weer te groot om even snel een bericht te beantwoorden terwijl ik aan het wandelen was.

Zelfs als de Samsung Galaxy Fold minder dan 2000 euro zou kosten, zou ik hem nooit kopen. Het kleine display was te klein voor mij om op te werken en het grote display was dan weer te groot. Ik voel persoonlijk ook niet de nood om rond te lopen met een tablet in mijn broekzak.

Motorola Razr: Een jammere zaak

Als we kijken naar de tweede vouwbare smartphone in de zaal (de Huawei Mate X is nog steeds niet onder zijn glazen stolp vandaan gekomen), dan zien we een volledig ander concept. De Motorola Razr geeft je de compactheid van weleer en het display dat vandaag de norm is geworden… tegen een prijs die absoluut niet de norm is. Voor 1500 euro gaat deze moderne kijk op de succesvolle klaptelefoon van Motorola over de toonbank, maar daarvoor moet er natuurlijk wel iemand zijn die dat bedrag wil neertellen.

De Motorola Razr is zeker geen slecht concept, maar zijn prijs kan je vergelijken met een volledig vaatje peper over je maaltijd kappen waardoor het geheel klaar is voor de vuilnisbak. De dichtgeklapte Razr was zodanig compact dat ik hem amper in mijn broekzak voelde. Eens hij opengeklapt was, voelde hij als een normale smartphone en dat is een ander deel van het probleem. De innovatieve factor van de Motorola Razr zit in het feit dat hij half zoveel plaats in beslag neemt dan de gemiddelde smartphone vandaag. Als we het vouwbare aspect wegdenken en kijken naar de overige specificaties, dan zetten we de Motorola Razr op het niveau van de meeste smartphones rond de 350 à 450 euro. De vraag is nu wie er bereid is om vier keer dat bedrag neer te tellen, enkel en alleen omdat de Motorola Razr de helft minder plaats in beslag neemt. Mijn antwoord: niet enorm veel mensen. De nostalgie en de compactheid zijn allebei leuke pluspunten, maar met twee leuke pluspuntjes kan hij zijn prijs niet verantwoorden.

LG G8X ThinQ: Driewerf hoera!

Deze laatste smartphone is mijn persoonlijke favoriet. Op het moment van schrijven gebruik ik de LG G8X ThinQ een kleine week en op bijna alle vlakken doet hij het beter dan de twee bovenstaande toestellen. Hij is geen vouwbare smartphone, maar komt dicht genoeg in de buurt om hem te vermelden.

Op de LG G8X ThinQ kan je een tweede display aansluiten dat verpakt zit in een cover. Dat tweede display is net zo groot als het eerste (6,2 inch) en van dezelfde kwaliteit. Net zoals bij de Samsung Galaxy Fold kan je hier twee apps naast elkaar draaien zonder enig probleem. Bij sommige games kan je zelfs een van de twee schermen gebruiken als controller, waardoor het lijkt alsof je een Nintendo DS vasthoudt. Je hebt geen gigantisch display om een video in het groot te bekijken, maar de risico’s van vouwbare schermen vallen hier ook meteen weg.

Het coverdisplay heeft nog een tweede voordeel. Als je het niet nodig hebt, klik je het los en heb je alsnog een razendsnelle smartphone in je handen. Ga je even naar de winkel en wil je het extra gewicht (de cover weegt wel wat) niet in je broekzak, dan klik je de hoes los. Zit je urenlang op een bus, trein of vliegtuig, dan kan dat extra scherm zeker handig zijn. Ik had deels hier dezelfde ervaring als bij de Galaxy Fold. De twee displays naast mekaar maakten het geheel te groot om hem al wandelend te gebruiken. Je kan het coverdisplay wel helemaal achterom vouwen maar dan wordt het geheel enorm dik en lomp om vast te houden (en worden de camera’s bedekt).

Het lijkt nu alsof het pure rozengeur en maneschijn is bij de LG G8X ThinQ en binnen zijn eigen wereldje is dat eigenlijk ook zo voor mij. Je hebt meer schermruimte zodat je twee apps naast elkaar kan gebruiken, een leuke toepassing bij games en geen enkele van de risico’s of kwetsbaarheden van vouwbare displays. Zijn prijskaartje is daarnaast goed te verantwoorden en ligt op 949 euro (voor dat geld heb je niet eens een Samsung Galaxy Note 10 Plus of een iPhone 11 Pro Max). Er zijn natuurlijk enkele pijnpuntjes zoals software die nog niet helemaal op punt staat op sommige momenten en het gevoel dat er een baksteen in je broekzak zit. Al bij al blijf ik erbij dat de LG G8X ThinQ met zijn coverdisplay heel veel dingen beter doet dan de vouwbare Samsung Galaxy Fold.

Plooit de rest mee?

De vouwbare smartphones van 2019 zijn voor mij een signaal dat de toekomst niet vouwbaar is, althans nog niet. Andere foldables hebben we nog niet in het wild gezien, maar prototypes zijn er wel. Zo bestaat er een prototype van een soort van hybride smartwatch/smartphone die je als een soort van grote armbrand rond je pols kan wikkelen. Daarnaast is er nog het concept van de vouwbare laptop, waarvan Lenovo een prototype heeft ontwikkeld, maar ook dat lijkt niet heel overtuigend.

Een vouwbare laptop die ik nog nooit in mijn handen heb gehad, kan ik moeilijk de grond in boren, maar het principe ervan kan ik wel naar hartenlust bekritiseren. De vouwbare laptop van Lenovo, de ThinkPad X1, zou een display van 13,3 inch gaan hebben. Als je hem als laptop gebruikt, is het de bedoeling dat je het onderste deel van het scherm gebruikt als digitaal toetsenbord. Hier zijn meteen twee grote problemen. Als je het gewoon bent om blind te typen op een fysiek toetsenbord, dan zal je veel moeite hebben om hier de juiste toetsen aan te raken en even snel te typen.

Het tweede probleem ligt bij het eigenlijk scherm. Als je het virtuele toetsenbord gebruikt, heb je nog maar een display van 9,6 inch – de meeste tablets hebben vandaag al een display van 10,6 inch of groter – over om op te werken en dat lijkt mij te klein. Ik heb een Surface Pro 6 met een display van 12,3 inch gebruikt en dat was op sommige momenten al te krap om twee vensters naast elkaar te openen. Zelfs zonder al deze praktische problemen is het een hele klus om alles aan de softwarekant volledig op punt te krijgen en daarvoor is Lenovo deels afhankelijk van Microsoft dat met de Surface-producten heeft aangetoond dat het wel klaar is voor laptops met twee schermen, maar niet voor laptops met vouwbare schermen.

It’s a no from me

Als dit een talentenshow zou zijn waarbij al deze vouwbare talenten en act opvoerden, dan is er op dit moment maar een ding dat ik zou zeggen: “It’s a no from me.” Op dit punt is er nog geen enkel stukje vouwbare technologie dat mijn hart heeft kunnen veroveren. De combinatie van torenhoge prijzen, onpraktische gebruiksscenario’s en duurzaamheidsrisico’s zorgen ervoor dat ik erg terughoudend sta tegenover foldables. Zeker nu ik de LG G8X ThinQ (uitgebreide review volgt binnenkort) aan het gebruiken ben, weet ik dat er betere manieren zijn om een heel gelijkaardig resultaat te kunnen bereiken.