Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Data Services om cookies te gebruiken. verder gaan Created with Sketch.

9 april 2019

Door Bram Lodewijks

Technologie & het Belgische openbaar vervoer: a match made in hell

Wifi op de bus? Wifi op de trein? Ach jongens, laat het zijn. Als technologie en het Belgische openbaar vervoer een relatiestatus zouden kunnen hebben op Facebook, dan was het zonder twijfel “ingewikkeld”.

Vorige week vertoefde ik nog in het zonnige Portugal en heb ik heel wat kilometers te voet afgelegd. Een paar verplaatsingen met het openbaar vervoer waren ook nodig en daarvan is me een ding in het bijzonder bijgebleven: wifi op alle bussen. In ons landje mochten we ook even genieten van wifi op bussen en trams, maar dat verhaal is intussen tot een einde gekomen. Dit gefaalde experiment met wifi is nog maar het topje van de technologie-ijsberg waarmee het Belgische openbaar vervoer een aanvaring heeft gehad.

Excuses in het kwadraat

Beginnen doe ik met de welbekende flop genaamd wifi op de bus en tram. Dit verhaal begon in oktober 2014 in de Oost-Vlaamse hoofdstad Gent bij vijftien trams. De technologie wist zich de jaren daarop beperkt verder te verspreiden en bleef vooral beperkt tot grote stadscentra, waaronder Antwerpen. Na een registratieproces dat waarschijnlijk voltooid was nadat je je bestemming had bereikt, kon je 250 megabyte aan internet gebruiken per maand. Als je over die 250 megabyte zat, kon je op geen enkele manier het netwerk nog gebruiken, aangezien dit gekoppeld was aan je account die je op al toestellen nodig had om in te loggen. De wifi heeft jammer genoeg geen vier kaarsjes mogen uitblazen, aangezien De Lijn de ondersteuning heeft stopgezet op 1 april 2018, wat misschien niet de beste datum is voor een dergelijke aankondiging. Dat deed het met deze boodschap:

“Het beperkte gebruik kan de investering en onderhoud in dit netwerk niet langer verantwoorden. De Lijn kiest er voor de middelen die hiervoor gebruikt werden, te investeren in goede reisinfo en digitale ticketing.”

Wat De Lijn hier heel verbloemend zegt, is dat reizigers de wifi amper gebruikten, omdat die meestal niet (naar behoren) werkte. Het geld dat uitgespaard werd door de wifi af te schaffen, zou ter compensatie gebruikt worden voor betere reisinfo en digitale ticketing. Een ander excuusje was dat er rond die tijd abonnementen met grotere hoeveelheden mobiele data beschikbaar werden en dat 4G aanzienlijk betrouwbaarder was dan het netwerk van De Lijn zelf. Maar goed, de wifi zou dus plaats ruimen voor de verbetering van andere diensten. Is dat dan wel vlotjes verlopen?

Het m-ticket: de m van mysterie

In 2007 maakten we kennis met het sms-ticket van De Lijn. Een simpel sms’je versturen was genoeg om aan een geldig vervoersbewijs te komen dat bovendien goedkoper was dan wanneer je bij het opstappen een ticket kocht bij de chauffeur. De sms-tickets waren aanvankelijk alleen beschikbaar voor Proximus-klanten in Gent en Antwerpen, maar begin 2010 konden alle Proximus-klanten in België meegenieten van de tickets. De maanden en jaren daarop zijn ook de andere telecomoperatoren toegevoegd aan het lijstje en werd het ticket volop gepromoot als “het goedkoopste ticket voor een enkele reis”.

De m-tickets waren in de beginperiode nergens te bespeuren in de app van De Lijn zelf.

Die uitspraak was min of meer geldig tot februari van dit jaar. Toen heeft De Lijn verschillende prijsstijgingen doorgevoerd, waaronder voor het sms-ticket. De prijs voor een sms-ticket bedroeg namelijk €1,80 zonder operatorkosten, maar werd in februari verhoogd naar €1,95 zonder operatorkosten. Het m-ticket, dat enkele jaren na het sms-ticket werd gelanceerd, gaat nu door het leven als de goedkoopste optie voor een enkele reis, aangezien dit zijn prijs van €1,80 heeft behouden. Dit ticket werd gelanceerd in september 2016 en was in feite al meteen een goedkoper alternatief voor het sms-ticket, aangezien hier geen operatorkosten bij kwamen kijken. Het nadeel zat hem in de beschikbaarheid van het m-ticket. Als je op zoek gaat naar artikels tijdens de beginperiode van het m-ticket, dan merk je dat het kopen van dit ticket niet zo voor de hand liggend was. Je zou misschien denken dat zoiets alleen via de officiële app van De Lijn kan gebeuren, maar dat is niet het geval. In het begin was het namelijk überhaupt niet eens mogelijk om via de app van De Lijn dit ticket te kopen. Je had een app van een derde partij nodig en daar had je keuze tussen verschillende partijen. Waarom zelfs? “Er zijn bedrijven die zo’n service beter kunnen ontwikkelen dan wij”, was de reactie van een woordvoerster van De Lijn.

Een simpel knopje in de eigen app inbouwen dat doorlinkte naar een van de apps waarmee je wel een m-ticket kon kopen, was daarnaast ook te moeilijk. Voor onwetende gebruikers was het dan ook een hele opgave om “even snel” een m-ticket aan te kopen. Ze moesten dan eerst nog het bijbehorende mysterie ontrafelen om de juiste app de vinden hiervoor. Sinds februari dit jaar is het m-ticket dan ook eindelijk via de app van De Lijn aan te kopen evenals de m-card10: de digitale tienrittenkaart voor €15 die hiermee een euro goedkopere is dan zijn papieren equivalent. Een klein jaar na de afschaffing van de hopeloze wifi zien we dus vooruitgang in de eigen app van De Lijn. Ook realtime reisinformatie kunnen we hier intussen terugvinden.

Digitalisering op wiens maat?

De vraag die ik me nu stel is op wiens maat deze digitalisering is. Jongeren en jongvolwassenen zonder auto/rijbewijs maken vaak gebruik van het openbaar vervoer, dus voor hen is een app met alle informatie enorm handig, maar er valt hier een aanzienlijk grote groep uit de boot: de ouderen. Toegegeven, de Omnipass van €54 per jaar is een heel aantrekkelijke optie voor de 65-plussers. Persoonlijk vind ik het echter “oneerlijk” dat digitale tickets de goedkoopste reisoptie zijn bij een overheidsdienst zoals De Lijn. Een fysiek equivalent voor mensen zonder smartphone moet zeker mogelijk zijn. De Lijn blijft immers een vervoersmaatschappij die werkt met onze belastinggelden. In de plaats van in te zetten op een app waar alle info is, is het nog geen slecht idee om ervoor te zorgen dat de weinige elektronische borden werken en juiste reisinformatie vertonen. Dat lijkt echter te oubollig voor De Lijn, aangezien de focus volledig lijkt te liggen bij de website en app. De app kan ook meldingen geven wanneer je bus bij een bepaalde stop voorbijkomt of nadert, wat vooral handig is als je op een onbekend traject zit. Vooral hier zou het handig zijn als er ook wifi aan boord is zodat je niet heel je reis je mobiele data moet gebruiken zodat je zeker die melding van de app niet mist en de bus je eindhalte voorbijrijdt.

Vooral ouderen zonder smartphone zien alle nieuwe voordelen aan hun neus voorbijgaan.

Digitalisering hoeft niet per se geheel online te zijn. De hele kwestie met de wifi spreekt de hele kwestie van de goedkope online tickets ook wat tegen. Er zijn dan wel voldoende voordelige abonnementen voor mobiele data, maar als je zo sterk inzet op goedkopere online tickets, is het dan niet logisch dat je ook aan boord van de bussen en trams een wifinetwerk hebt zodat iedereen met een smartphone die tickets kan aankopen? Nog steeds niet iedereen met een smartphone heeft “onbeperkte” mobiele data en er zijn ook smartphonegebruikers die een abonnement zonder mobiele data hebben. Voor mij gaan goedkope online tickets en werkende wifi aan boord van bussen en trams hand in hand, maar voor De Lijn moest het ene afgeschaft worden om het andere mogelijk te maken.

Ondertussen bij de NMBS

Over de NMBS valt iets minder te zeggen in dit hele verhaal van digitalisering. Hoe komt dat precies? Eenvoudigweg omdat de NMBS niet zo gek veel uitvoert op dat vlak. Wifi op de trein is een leuk concept, maar iets dat de komende jaar niet gaat gebeuren. Gezien het verhaal van wifi op de bus lijkt het plan voor wifi op de trein nu al gedoemd om te mislukken, ook al bestaat het nog niet. Een stabiele 4G-verbinding op alle trajecten is niet eens mogelijk. Ik vind het persoonlijker beter om eerst een goede 4G-verbinding te creëren op de trajecten in de plaats van slechte tot matige wifi aan te brengen in de treinen.

Op het vlak van tickets zou ik De Lijn graag hetzelfde zien doen als de NMBS. Je kan namelijk sinds begin vorig jaar ook via de app van de NMBS je treintickets kopen. De prijzen hier zijn dezelfde als de prijzen die je aan het loket of de automaat zou betalen, dus het enige voordeel van de app is dat je niet in de rij hoeft te staan voor je ticket en nog snel een ticket kan kopen als je op de trein zit en geen tijd meer had om naar een automaat of het loket te gaan. De app biedt geen extra tickets aan noch kortingen. In tegenstelling tot De Lijn heeft de NMBS een specifiek ticket voor enkele reizen, namelijk de Go Pass 1, dat voor jongeren onder de 26 is, evenals de Go Pass (10) waarmee tien ritten van en naar eender welke bestemming mogelijk zijn aan een lagere prijs. Vanaf juli dit jaar zal de Go Pass (10) geen fysiek equivalent meer hebben en alleen via de app te koop zijn. Ook hier valt een kleine groep uit de boot, aangezien sommige jongeren er bewust voor kiezen om geen smartphone te hebben, maar deze groep is kleiner dan de 65-plussers die de bus nemen en geen smartphone hebben. Het is ook de bedoeling van de NMBS om haar stations zoveel mogelijk uit te rusten met wifiverbindingen, zodat je geen gebruik moet maken van je mobiele data om een ticket te kopen.

Met het begrip “realtime” heeft de NMBS nog wat moeite, maar het is een goed begin.

Wat betreft realtime informatie over waar alle treinen precies zijn, is er nog heel wat werk aan de winkel. In september 2018 lanceerde de NMBS de zogenaamde Train Map, waarmee je “live” kan zien waar bepaalde treinen rijden. Ten eerste gaat het hier dus niet om alle treinen, maar slechts om bepaalde trajecten. Ten tweede is de info niet helemaal live, aangezien er registratiepunten gebruikt worden die vervolgens aangeven wanneer er een trein voorbij is gekomen. Het is een stap in de goede richting maar de NS in Nederland doet het toch een pak beter met een dienst waarmee je daadwerkelijk live kan zien waar je trein precies is. Het verschil is ook dat er op de treinen van de NS vaak wel werkende wifi aanwezig is, die dan gebruikt kan worden om de exacte locatie te allen tijde te bepalen. De Train Map is alleszins een stap in de goede richting, maar we zijn nog lang niet bij de eindbestemming.

Op de goede weg?

Is het Belgische openbaar vervoer op de goede weg? Het antwoord op die vraag is allesbehalve zwart-wit. Er wordt vooruitgang gemaakt, dat valt niet te betwisten. Maar of het de wenselijke vooruitgang is, is een hele andere kwestie. Bij de NMBS gaat de vooruitgang aanzienlijk trager dan bij De Lijn, aangezien het daar bijvoorbeeld pas sinds 2018 mogelijk is om via de app een ticket te kopen. Het mag ook gezegd dat het een mooie toevoeging is dat het Go Unlimited ticket tijdens de schoolvakanties ook via Messenger aangekocht kan worden (en dat dit ook daadwerkelijke werkt).  Bij De Lijn gaat de digitale vooruitgang iets sneller, hoewel het technisch gezien pas sinds dit jaar mogelijk is om het m-ticket via “de app” te kopen en niet alleen via derden.

De Smart Mobility Planner lijkt de ultieme tool voor reizigers op het openbaar vervoer.

Momenteel is er een nieuw project gaande waarbij de NMBS, TEC, de MIVB en De Lijn hun krachten bundelen: de Smart Mobility Planner. Dit platform zou de ultieme reisassistent zijn en de beste realtime route voor je uitstippelen met het openbaar vervoer, waarbij het rekening houdt met huidige vertragingen en onderbrekingen. De testfase van dit veelbelovende concept loopt tot eind 2019.

Wat ik tot slot nog wil zien, en vooral bij De Lijn, is dat iedereen gelijk is voor de wet. Als je geen smartphone hebt, worden de goedkope tickets voor een enkele reis eenmaal onbereikbaar voor je. Ik heb absoluut niets tegen goedkopere reisopties voor het openbaar vervoer, zolang ze maar voor iedereen beschikbaar zijn. En dat is momenteel niet altijd het geval.