Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Data Services om cookies te gebruiken. verder gaan Created with Sketch.

3 mei 2019

Door Jeffrey van de Velde

Zal OLED ooit geschikt zijn voor panelen in laptops en monitoren?

OLED wordt in toenemende mate populair, zowel in smartphones als voor televisies. Het valt wel op dat laptops en monitoren niet met deze trend meegaan. Waarom? Wat houdt fabrikanten tegen om de techniek toe te passen? Maar nog belangrijker, is OLED wel de toekomst, of is er een kaper op de kust?

Koop je nu een laptop, onafhankelijk van het prijspunt, dan zal daar vermoedelijk een IPS lcd-scherm in zitten. Deze technologie wordt al jaren gebruikt en is steeds verder geperfectioneerd. Toch blijft het verlangen naar OLED-schermen in laptops en monitoren bestaan. Waarom? Omdat je met een OLED-paneel inktzwarte beelden kan tonen, terwijl eender welke vorm van lcd altijd last heeft van ‘backlight bleeding’ als het paneel zwart beeld moet tonen. Dat ontstaat als de achtergrondverlichting niet alleen dóór het scherm schijnt, maar ook langs de randen van het scherm naar buiten komt. Daardoor wordt het scherm niet gelijkmatig verlicht: er zijn lichte plekken aan de buitenzijde het paneel zichtbaar. In de praktijk levert dit op deze delen een lager contrast op, waardoor het moeilijker kan zijn om HDR toe te passen. Bij de OLED-technologie is geen achtergrondverlichting nodig, omdat de pixels zelf licht geven. OLED-panelen vertonen daarom geen backlight bleeding. Dus is de hamvraag: zal deze technologie ooit gereed zijn voor laptops en monitoren?

Eerste Dell OLED-monitor

Je kan stellen dat verschillende bedrijven hebben geëxperimenteerd met OLED-monitoren. Dell bracht de eerste OLED-monitor op de markt. De UltraSharp UP3017Q verscheen begin 2016 met een prijskaartje van 3.500 euro, ‘net’ iets lager dan de eerder geraamde adviesprijs van 5.000 euro. Met de monitor liet Dell zien wat het in huis had: zo liep het niet alleen voor op de OLED-technologie, het was ook een van de eerste met een USB-C-aansluiting om beeld over te brengen. Het 30inch-paneel had verder een 4K-resolutie (3.840 x 2.160). Helaas viel de helderheid, 300 nits, behoorlijk tegen voor de prijs. 

OLED
Dell was er in 2017 als eerste bij met zijn UltraSharp OLED-monitor.

De lagere maximale helderheid was een van de redenen waarom OLED na 2017 langzaamaan gecremeerd werd. Ook Dell besloot zich van de markt terug te trekken, en biedt momenteel geen OLED-monitoren meer aan. Het is moeilijk om aan te wijzen waarom het bedrijf is gestopt met het ontwikkelen van nieuwe OLED-monitoren. Enerzijds zal het prijspunt daarmee van doen hebben, anderzijds kan een ander aspect van OLED roet in het eten gooien. Want hoe mooi OLED ook is, het heeft een groot nadeel: er is een kans op ‘image retention’, beter bekend als een ingebrand beeld. Bij televisies bleek dat al jaren parten te spelen, al werd dat grotendeels opgelost door stilstaande elementen telkens een paar millimeter te verschuiven. Toch blijkt het, met een monitor of paneel voor laptops, moeilijker om te voorkomen.

OLED: burn-in-probleem

Maar, hoe kan het dat een beeld inbrandt? Om dat te begrijpen is het goed om eerst het grote verschil tussen OLED en lcd-technologie te kennen. Waar er bij lcd gebruikgemaakt wordt van een backlight, bijvoorbeeld vanaf de zijkanten of met local dimming voor HDR, is dat bij OLED niet zo. In plaats daarvan maakt OLED juist gebruik van organisch materiaal dat zelf licht afgeeft zodra je er stroom aan voert. De helderheid van OLED-panelen is dan ook ‘puur’ afhankelijk van de hoeveelheid stroom die je aan het organische materiaal ‘voert’. Het nadeel van organisch materiaal is dat het na verloop van tijd zijn effectiviteit en helderheid zal verliezen. Laat je constant een en hetzelfde beeld staan op OLED-televisies, dan slijt het organische materiaal veel sneller en blijft het beeld zichtbaar.

OLED
Beeld: Wikimedia Commons / OLED kan snel inbranden als er statische delen op het beeld te zien zijn.

Overigens moet er nog een verschil worden aangeduid tussen ‘image retention’ en ‘burn in’. In het eerste geval kan een beeld voor een langere tijd blijven staan op een scherm, maar zal het zich na loop van tijd herstellen. Bij burn-in zal het beeld zich niet herstellen, maar dat vereist dat beelden wekenlang op de televisie getoond worden, zoals in winkels het geval is. Gelukkig bieden veel fabrikanten, waaronder LG en Sony, methodieken aan om burn-in te verminderen. Om ervoor te zorgen dat het beeld minder snel zal inbranden, gebruikt LG ‘Screen Shift’ en Sony ‘Pixel Shift’. In beide gevallen gaat het om technologie om je beeld telkens een stukje te verplaatsen, zodat de pixels gelijkmatig slijten. Je kan er tevens voor kiezen om de helderheid van het beeldscherm te verlagen. 

OLED
Windows 10 heeft bijvoorbeeld veel statische elementen, funest voor OLED-schermen.

Dan komen we bij de lastige categorie: schermen voor laptops en monitoren. Beide gevallen hebben namelijk een ding gemeen: er zijn enorm veel elementen die niet bewegen, en in theorie dus kunnen inbranden. Nu zou je de Windows-statusbalk nog kunnen verbergen, maar er blijft meer dan voldoende over om op den duur in te branden. Vermoedelijk is dat dan ook een van de redenen waarom OLED op laptops en monitoren niet zo vaak voorkomt. Tegelijkertijd is de prijs ook een belangrijk punt: voor een prijs van 3.000 tot 4.000 euro verwacht je een superieur scherm voor in je werkomgeving. Maar OLED kan voor zo’n prijs (nog) niet de kwaliteit bieden waar professionals naar verlangen.

Samenwerkingsverband JOLED

Er wordt gewerkt aan technologieën om de prijs van OLED te verlagen. In Japan werd er een paar jaar gefleden een nieuw samenwerkingsverband gestart, JOLED. Hierin zijn Panasonic, Sony en Japan Display bezig om OLED-panelen te ‘printen’. De panelen gebruiken een vergelijkbare pixellay-out als die van Samsungs AMOLED-schermen, maar vallen in prijs lager uit door de printtechnologie. Inmiddels is een van de eerste schermen verkrijgbaar, in de vorm van de Asus ProArt PQ22UC. Uit een rapportage van het bekende YouTube-kanaal LinusTechTips blijkt dat er toch zaken zijn om je zorgen over te maken, onder andere met betrekking tot de helderheid. 

OLED
Asus biedt met zijn ProArt PQ22AC het eerste JOLED-OLED-scherm.

Er wordt namelijk een piekhelderheid behaald van 140 nits als het hele scherm verlicht wordt. Dat is niet eens voldoende om het scherm in daglicht te bekijken. Alleen als je slechts een klein deel van het scherm laat oplichten, dan kan het OLED-paneel zijn maximale helderheid van 300 nits behalen. Een vergelijkbaar probleem doet zich voor bij de kleurenreproductie. Uit de video blijkt dat namelijk dat de kleurreproductie alleen goed is als een klein deel van het scherm verlicht is. Dat is niet het geval als het hele scherm verlicht wordt. Asus richt zich met dit scherm op creators, maar met een dergelijke kleurreproductie en maximale helderheid is het scherm juist niet geschikt voor hun taken.

Ook gaminglaptops?!

Niet alleen Asus is geïnteresseerd in de schermen, ook Dell en HP zijn er maar druk mee. Dell gaf recentelijk aan zijn XPS 15-laptop en een gaminglaptop van OLED-schermen te voorzien. Het is verrassend dat Dell ervoor kiest om een gaminglaptop met OLED te leveren. In games zijn vaak statische elementen aanwezig die kunnen inbranden. Het zou natuurlijk kunnen dat het Amerikaanse bedrijf zich hier goed op heeft voorbereid. Om dat te weten zullen we moeten wachten op de eerste testresultaten. Ik laat mij graag verrassen over hoe fabrikanten consumenten gaan wijzen op het ‘burn-in gevaar’, én daar zelf maatregelen voor treffen.

OLED
Vreemd genoeg zal de Dell G-gamingserie ook OLED-schermen krijgen.

Toekomst: MicroLED of OLED? 

Terwijl fabrikanten zich focussen op de komst van meer (goedkope) OLED-panelen, is er ook een andere ontwikkeling op gang aan het komen: MicroLED. In tegenstelling tot huidige lcd-panelen, zal de verlichting bij MicroLED met de, microscopisch kleine LEDs gebeuren. Dat maakt het mogelijk om een oneindig contrast te bieden, vergelijkbaar met OLED. In tegenstelling tot OLED-schermen, zal MicroLED gebaseerd zijn op een anorganisch-materiaal. Het zal dus niet inbranden en het heeft eenzelfde levensduur als lcd-schermen. MicroLED biedt vanwege zijn LED-beginselen ook andere voordelen. Om te beginnen kan een LED een veel hogere maximale helderheid behalen, handig voor HDR-standaarden. MicroLED is als laatste ook nog eens zuiniger dan de OLED-techniek.

OLED
Eerst zal er een 75-inch MicroLED-televisie verschijnen.

Voor nu lijkt MicroLED echter nog niet klaar voor een publieke lancering. Tijdens de CES 2019 liet Samsung een eerste voorbeeld zien van MicroLED op een 75inch-televisie. Zoals met veel beeldtechnieken zal er eerst een groot beeldformaat verschijnen, waarna de kleinere beeldformaten volgen. Voor een normale televisie, laptop/monitor en telefoon heeft de techniek vast nog een lange weg te gaan. Waar durf ik op in te zetten? In mijn gedachtegang zal OLED voorlopig nog groeien, maar met de komst van MicroLED zal deze groei snel afzwakken. OLED is een beeldtechniek die zijn werk prima heeft bewezen voor smartphones: maar het is niet de be-all-end-all op schermgebied.

OLED
Samsungs MicroLED-technologie is (deels) modulair.

Is er dan geen glorieuze toekomst voor OLED weggelegd? Dat zal afhankelijk zijn van de prijzen die er uiteindelijk voor de OLED-panelen gevraagd zal worden. Toch hoeft het niet zo te zijn dat dit zo blijft: als er meer fabrikanten op de techniek inspringen, zullen de prijzen vanzelf dalen. Of er dan een aantrekkelijk prijskaartje overblijft is moeilijk te voorspellen. Het 22inch-JOLED-paneel van Asus zal in de winkels liggen voor rond de 5.000 euro. Daar kan je bijna drie enorme LG OLED-televisies van kopen. En die hebben dan ook nog een hogere helderheid en meer accurate kleuren. Zelfs al brandt het geld een gat in je handen: het is (nog) geen verstandige keuze om een OLED-laptop of monitor aan te schaffen.