Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Data Services om cookies te gebruiken. verder gaan Created with Sketch.

5 maart 2019

Door Jeffrey van de Velde

De weg van de smartphone: een terugblik, maar vooral een blik richting de toekomst

Smartphones zijn zo goed als vanzelfsprekend geworden. Sterker nog, je valt niet meer binnen de groep als je geen smartphone hebt. In de loop van de jaren zijn smartphones de beste manier om contact te onderhouden binnen een groep.

Maar, niet door te bellen: steeds vaker worden smartphones juist in gebruik genomen als primair apparaat om app zoals WhatsApp, Facebook, Instagram en Snapchat op te installeren. Sms’en en bellen wordt gezien als ‘ouderwets’ en ‘tijdrovend’. Dat klopt deels ook wel, het versturen van een bericht is in luttele seconden gedaan … terwijl je tijdens het bellen vaak al langer bezig bent dan je zou willen. Dat smartphones erop zijn gemaakt alles te doen behalve bellen, zie je terug in het design van telefoons. Wat zijn de belangrijkste trends die de smartphonemarkt heeft doorgemaakt?

Terugblik op de smartphonemarkt

Gezien ik tijdens een groot deel van de smartphonerevolutie nog relatief jong was, kom ook ik weer elke keer nieuwe informatie tegen. Toch zal ik mij voornamelijk focussen op de afgelopen jaren, er is toch wel genoeg gezegd over de jaren van de eerste iPhone. Oh, en vergeet niet: de opkomst van Android met de HTC G1 (ook wel verkocht als de T-Mobile G1, onder andere in de Benelux). Het is niet te geloven dat de smartphones in 2008 nog werden geleverd met 256 MB-opslaggeheugen. Dat lees je goed, 256 MB. Voor het RAM-geheugen was het nog ernstiger gesteld, met 192 MB RAM-geheugen. Gelukkig stond Android in die tijd nog in zijn kinderschoenen, en was het voor die tijd een goede smartphone. Apple stond wel een stuk hoger op de ladder, met de keuze uit 4, 8 of zelfs 16 GB-opslaggeheugen bij de eerste iPhone.

De T-Mobile G1 was ‘s werelds eerste Android-smartphone.

Ondanks dat ik geen Apple-fan ben – dat mag je gerust weten – laat dat zien dat Apple een behoorlijke technologische vooruitsprong in handen had. Android wist in zijn beginjaren weliswaar veel bekijks te trekken, maar technologisch geavanceerd waren de smartphones niet. Daar komt nog bij dat er veel mensen waren die niks met smartphones hadden. In plaats daarvan bleven ze telefoon met een echt toetsenbord kopen. Toch sloegen de HTC G1 en de eerste iPhone aan: voor het eerst kregen mensen de beschikking over allerlei slimme functies op hun smartphones. Android bracht onder andere de HTML-browser, waardoor je niet langer vanaf je computer websites moest bezoeken. WhatsApp bestond nog niet, maar ook andere apps die nu bestaan, zoals Facebook en Instagram, waren nog niet aan de orde.

Concurrentiestrijd tussen Apple en Samsung

YouTube bestond al wel, maar was voor veel Wi-Fi-netwerken in huis nog vrij zwaar. Ook mobiele netwerken waren niet gemaakt op de komst van smartphones, 2/3G was met de komst van de HTC G1 nog de normaalste zaak van de wereld. Mensen bleven dan ook vooral nog bellen en sms’en, zelfs toen er in 2010 eindelijk een nieuwe chatapp was: WhatsApp. Toen Samsung de smartphonemarkt betrad, met de Samsung I7500 Galaxy, was de markt nog onbegaanbaar. Pas later wist Samsung de concurrentie aan te gaan met HTC, LG en Motorola die Android telefoons maakte. Ook Apple moest aan Samsung gaan geloven, gezien de Koreaanse smartphonefabrikant zijn telefoons op een lager prijspunt uit wist te brengen. Deze concurrentiestrijd zie je nog altijd, met Apple en Samsung als de twee marktleiders.

LTE wordt in onze contreien vaak omschreven als 4G. Met 4G-netwerken kregen smartphoneverkopen een behoorlijke boost.

Pas toen 4G-netwerken explodeerde, was dat ook te zien in smartphoneland. Smartphones gingen steeds sneller over de toonbank, maar ook mobiele abonnementen werden steeds belangrijker. Waar je voorheen namelijk voldoende had aan prepaid voor het bellen en versturen van sms’jes, was het een stuk goedkoper om data af te nemen in een abonnement. Dat mensen nu buiten ook communiceerde met elkaar, zorgde ervoor dat het bellen en sms’en steeds minder werd. WhatsApp werd juist meer en meer gebruikt. Verder schoten de gebruikscijfers van Instagram en Facebook omhoog, al lag er in de beginjaren toch meer een focus op Facebook. Instagram wist zich pas veel later te ontwikkelen. YouTube kreeg in die tijd ook een grote aanslinger, voornamelijk door de snelle Wi-Fi netwerken werden binnen- en buitenshuis steeds meer video’s bekeken. Wat was het invloed daarvan op telefoons? Ze werden een stuk groter en de Wi-Fi/4G-modems in de smartphones werden in een korte tijd een stuk krachtiger.

Snellere en grotere smartphones

Toch is het groter worden van smartphones niet het enigste wat er in de tussentijd is gebeurd. Over iOS of Android zal ik het niet hebben, maar ook aan de hardware is veel aangepast. Te beginnen bij de SoC van een smartphone. Aan het begin ging het meestal nog om single-core chips van OEMs die inmiddels niet meer op de Europese markt aanwezig zijn. Chips zijn inmiddels zo krachtig dat deze fabrikanten het niet meer bij kunnen benen in ontwikkelingskracht. Grotere smartphones betekent ook dat batterijen in de loop van de jaren moesten groeien. Kocht je bij de HTC G1 nog in op een 1.050 mAh batterij, heb je in veel smartphones minimaal van doen met een 3.000 mAh batterij. Ondanks zuinigere chips, worden de schermen alsmaar groter. Daarbij zijn schermen helaas ook de grootste energieverbruikers in telefoons.

Qualcomm Snapdragon - 1 - Smartphone

Sinds de komst van grotere schermen, worden ook de schermen zelf steeds belangrijker. Of het nu gaat om midrange smartphones met LCD-schermen, of high-end smartphones met OLED-schermen. In beide gevallen is er steeds een vooruitgang te zien in de kwaliteit, waardoor het midrangesegment beweegt richting high-end schermen van een (paar) jaar terug. Deze kwaliteit laat zich zien in helderheid, maar ook voornamelijk in resolutie door de jaren heen. De Samsung Galaxy S2 (Plus) had bijvoorbeeld nog een 4,3-inch scherm met een resolutie van 400 x 800P. Dat kan tegenwoordig simpelweg niet meer. High-end smartphones, zoals de recente Galaxy S10-serie, hebben bijvoorbeeld een scherm van 6,1-inch met een resolutie van 3.014 x 1.440P. Zelfs midrange smartphones hebben een Full-HD (1.080 x 1.920) resolutie…

18:9-schermen zijn ‘hip’

Voor schermen blijft het echter niet bij het vergroten van de panelen en het ophogen van de resolutie. In 2017 verschenen daar op één dag al twee voorbeelden van: de eerste 18:9 schermen kwamen tot leven. Met de beeldverhouding werden smartphones weliswaar groter, maar niet langer was de breedte van een smartphone het probleem. Een ander bijkomstig voordeel van 18:9 schermen voor consumenten, is dat bedrijven in een ‘race’ zijn beland om schermranden zo klein als mogelijk te maken. Thuisknoppen zijn daardoor niet langer fysiek aanwezig op de smartphone. Deze knoppen waren in de beginjaren van Android nog trots op de voorkant van elke smartphone terug te vinden. Googles Nexus-serie deed al weg met de fysieke knoppen, maar sinds begin 2017 is dat het geval voor vrijwel elke Android smartphone.

De Samsung Galaxy S8 was een van de eerste toestellen met een 18:9 scherm.

Na de intrede van de 18:9 schermen kwam er plots een uitsparing naar schermen. LG was met de V10 in 2015 de eerste fabrikant die de ‘notch’ een onderkomen bracht. Pas in 2017 kreeg de notch navolging met de Sharp Aquos S2, niet veel later gevolgd door de Essential Phone en de iPhone X. Apple heeft wat mij betreft de grootste invloed gehad op de notch-hype, al is het natuurlijk moeilijk te zeggen of andere fabrikanten toch al geen notch hadden gebracht. Samsung was de grootste afwezige voor notches. Het bedrijf besloot juist om de schermranden belachelijk dun te maken, zoals we hebben gezien met de Note 9. Inmiddels lijkt de notch weer zijn uittrede te doen, maar blijven de dunne schermranden achter. Juist Samsung liet op 20 februari zijn oplossing zien: een hole-punch camera om een notch te voorkomen.

Design neemt belangrijke rol in

Tot zover het scherm – al kom ik daar later nog wel op terug, maar dat is toekomstpraat. Terug naar het verleden, is het design van smartphones ook steeds belangrijker geworden. Waar Samsung, LG etc. in 2013 en 2014 nog plastic smartphones verkochten, was HTC al een tijdje bezig met aluminium. Design was dan ook een reden om toentertijd nog voor een HTC-smartphone te kiezen. Inmiddels ligt deze verhouding toch al heel anders. Samsung stapte namelijk in 2015 van plastic af om een telefoon te maken van glas en aluminium. LG bleef plakken op plastic in 2015, maar ‘herpakte’ zich in 2016 door het uitbrengen van de LG G5 met een aluminium constructie. Opkomende merken, zoals OnePlus, wisten al direct mee te voeren in de nieuwe ‘designtaal’. Iets wat zich nu zelfs doorzet naar midrange telefoons.

De S4 was toentertijd nog volledig uit glas en plastic opgetrokken.

Zoals kinderen zeggen tijdens een lange wandeling: “Zijn we er bijna?”, zal ik ook maar antwoorden in dezelfde stijl: “We zijn al over de helft, het is nog maar een klein stukje.” In principe zijn de grote en meest opvallende wijzigingen namelijk al aan bod geweest. Wat dan overblijft, dat zijn de camera’s. Want, wat is dat toch niet meer terug te herkennen. Ik herinner mij nog dat een van mijn telefoons een 0,3 megapixel-camera had. Nu zeggen megapixels vrij weinig over de kwaliteit van een telefoon, maar in alle gevallen geldt dat meer megapixels beter is dan 0,3 MP. Daar komt nog bij dat de sensoren zelf echt piepklein was; met als gevolg dat er al niet veel licht binnen kan komen … een ramp. Momenteel heb ik drie smartphones voor mij liggen, elk met minimaal drie camera’s. En, ze kunnen echt foto’s maken.

Het moge duidelijk zijn dat high-end smartphones tegenwoordig prima dienen als vervanging voor je compact-camera. Zelfs in de avond weten ze fantastische foto’s te schieten.

Nu ben ik zelf geen camerafanaat, je zal mij dan ook niet zien rondlopen met een systeemcamera en/of DSLR. Wat ik wel graag bij mij droeg was een compactcamera, die waren nog makkelijk mee te dragen in je rugtas. Als je ze nodig had, was het ook veel sneller om deze te gebruiken. Inmiddels hebben telefoons de plaats van de compactcamera ingenomen. Zeker high-end smartphones hebben de capaciteit om in veel gevallen compactcamera’s te evenaren. Tegelijkertijd hebben high-end telefoons meer geheugen en is de batterij veel groter, waardoor je langer foto’s kan maken. Het laatste voordeel is dat het scherm ook gewoon een stuk groter is. Niet langer moet je moeilijk doen de viewfinder op een camera, kijk naar het (enorme) scherm, en je bent klaar met één klik. Wat mij betreft kunnen we zonder compactcamera’s.

Toekomstbril lijkt vouwbaar te zijn

Wat er nu nog overblijft is de toekomst van camera’s. Waar gaan we heen; wat gaan we in de komende jaren allemaal zien? Het blijft moeilijk om te zeggen. Tijdens het Mobile World Congress werd het maar al te snel duidelijk dat vouwbare telefoons het volgende project is. Gezien dat nog wel wat problemen met zich meebrengt, is het niet bekend of deze techniek de test der tijd overleeft. Verder lijkt er in de nabije toekomst voornamelijk gewerkt wordt aan het verkleinen van de schermranden. Samsung is zelfs al bezig om selfiecamera’s en allerlei andere sensoren onder het scherm te verwerken. Onder andere Vivo werkt juist liever met een uitschuifbare motor. Wat de uitkomst zal zijn van deze probeersels is nog niet te zeggen… Worden de schermranden alsmaar kleiner en schermen groter? Dat staat wel vast.

Het kan je niet ontgaan zijn dat er vouwbare smartphones aan zitten te komen. De Huawei Mate X is alvast een ‘praktijkvoorbeeld’ van deze techniek.

Verder ben ik inmiddels al een beetje 5G-ziek. Er wordt de afgelopen tijd al zoveel over gesproken, maar dat zal de komende twee jaar nog weinig effect hebben. Waar de eerste 5G-smartphones al van de band beginnen te rollen, moeten operatoren nog beginnen met het uitrollen van 5G-netwerken. Dat zal eerst beginnen met de grote steden, gevolgd door de dunner bevolkte gebieden. Met andere woorden, voor 2021/2022 hoef je vrij weinig te verwachten van 5G. Zelfs dan zal er een geleidelijke overgang zijn naar 5G. Veel frequentieruimte is bijvoorbeeld nog niet beschikbaar, maar ook ondergrondse infrastructuur moet nog worden aangepast. Het zit er dus aan te komen, maar wanneer: who knows. Dat geldt ook nog voor de voordelen die 5G kan bieden… aan hypothetische waarden heb je immers vrij weinig. Het wordt in elk geval een interessante toekomst voor smartphones, daar kan en mag je vanuit gaan. Wanneer en wat er komt, dat weten fabrikanten zelf waarschijnlijk niet eens. Dat houdt het gelukkig wel spannend.


Android en iOS-smartphones zijn sinds 2007 in opkomst. Bij deze de belangrijkste wijzigingen die gaande zijn, die zijn gebeurd en de ontwikkelingen die we in de toekomst nog gaan zien op de smartphonemarkt.